grijze wouw in Stavele

Onlangs (januari 2021)werd een grijze wouw waargenomen in Stavele langs de Ijzer. Dit is wel een uitzonderlijke waarneming voor de regio en werkingsgebied van onze afdeling.

De grijze wouw heeft in feite weinig verwantschap met zijn naamgenoten rode wouw en zwarte wouw. Deze soort is een aparte groep binnen de havikachtige roofvogels. De grijze wouw is kleiner dan de ‘echte’ wouwen zoals rode- en zwarte wouw. Bidden (zoals torenvalken) is ook een typische jacht methode van deze grijze wouw. De vogel is van boven blauwgrijs, met zwarte armdekveren en zwarte handpennen. De kop is wit met een zwart masker rond de ogen.

De grijze wouw komt algemeen voor in Afrika, maar lijkt langzaam maar zeker een opmars bezig richting Europa, zowel in Spanje als in Frankrijk zijn al broedgevallen genoteerd van deze bijzondere vogel. Voor België en Nederland zijn het eerder losse sporadische waarnemingen. Alhoewel er vorig jaar al een koppeltje aanstalte maakte tot nestbouw in de Hoge Venen.

Foto: Marie-Paule Leleu

Aarde aan de dijk

AARDE AAN DE DIJK! pleit voor een betonvrije IJzeroever en een bijsturing van de werken! 
In opdracht van de Vlaamse Overheid verhoogt de Vlaamse Waterweg de kwaliteit van jaagpaden in functie van een betere fietsmobiliteit. Zo is ook de linkeroever van de Ijzer tussen Roesbrugge en Stavele in dit plan goedgekeurd. Het gaat om een vrijgemaakt budget van 815.000 euro. Na de herinrichting zou de Provincie West-Vlaanderen instaan voor het beheer ervan. 
Daar waar de betreffende IJzeroever op vandaag vooral als een wandeltracé wordt gebruikt, beoogt het structureel herstel vooral een betere fietsbaarheid. Daarom wordt het verweerde asfaltstrookje over een afstand van 4800 meter vervangen door twee meter brede, betonnen prefabplaten, de wandelbrugjes aangepast en het jaagpad over een totaal van 850 m landinwaarts opgeschoven. Deze besluitvorming werd genomen in overleg met Westtoer, Erfgoed en Agentschap voor Natuur en Bos.  
In deze besluitvorming werd noch burger, noch het relevante middenveld geconsulteerd! Omdat  participatie belangrijk is, werd  AARDE AAN DE DIJK! opgericht.
Het is een tijdelijk platform waarbij volgende organisaties zich verenigd hebben:  Grote Routepaden West-Vlaanderen, Natuurpunt De Bron vzw, Werkgroep Trage Wegen De Bron, Trage Wegen IJzergemeenten en vzw Trage Wegen. 
AARDE AAN DE DIJK! beaamt de noodzaak van herstel van de ernstig beschadigde en onveilige toplaag van het jaagpad. Ook voor wandelaars. Het recreatief medegebruik door fietsers wordt er momenteel gedoogd. Dat is best oké want dit bevordert immers het draagvlak voor onze trage wegen. 
AARDE AAN DE DIJK! is echter niet akkoord met de genomen beslissing om onze natuurrijke en van rust gezegende IJzeroever met beton aan te kleden. 
Het platform verduidelijkt met onderstaande argumenten haar standpunt.  
DE ROEP NAAR ONVERHARD…  
Wandelnetwerk IJzervallei, GR 130, GR5A , Europese wandelroute E2 , Brouckmolenwandelroute, Westhoektrail Roesbrugge-Pollinkhove :  allemaal wandelproducten die deels of soms helemaal geënt zijn op het wandelpad langs de boven-IJzer. Dat in verhard(end) (West-)Vlaanderen het ook in de noordelijke Westhoek zoeken is naar ‘zacht’ bewijzen volgende cijfers: op het wandelnetwerk IJzervallei (125km) is op Vlaamse bodem slechts 15km (12%) onverhard, voor de Brouckmolenwandelroute (8,5km) is dat 900 m en de belbuswandeling/Westhoektrail tussen Roesbrugge en Pollinkhove telt op haar 12 - weliswaar volledig autovrije - kilometers slechts 1,2 km onverhard. 
Betonstop indachtig vraagt AARDE AAN DE DIJK!: 
vervang de oude asfaltstrook door half verhardende materie en vermijdt 9600m² of bijna 1 ha extra verharding. En dit voor de huidige maximale breedte van 1,3 meter. 
DE WANDELAAR ALS NORM…  
Al stelt De Vlaamse Waterweg dat na herstel het jaagpad een wandelpad blijft, de keuze voor een breedte van 2 meter (officiële breedte voor een tweerichtingsfietspad) bevestigt niettemin de onderliggende ambitie om vooral de fietser te willen bedienen. De voorziene verharde breedte zal ongetwijfeld de fietssnelheid in de hand werken. Neem daarbij de vrij bochtige loop van de IJzer en het toenemend aantal aangedreven fietsen en het onveiligheidsgevoel zal steeds aanwezig zijn. Niet in het minst als men met kinderen aan het wandelen is. En wat als ook wielertoeristen en gemotoriseerde tweewielers dit nieuwe traject ook gaan ontdekken? 
Er is bovendien voor fietsers een aangename en veilige en dus volwaardige fietsverbinding tussen Roesbrugge en Stavele aanwezig op de rechter valleiflank via de knooppunten 9, 57, 64 en 62. Op het geasfalteerde jaagpadstrookje tussen Stavele en Elzendamme/Fintele kan de beleving van de bovenloop van de IJzer alsnog worden meegenomen tijdens een fietstocht. De breedte garandeert hier de snelheidsbalans tussen fietser en wandelaar.  
Daarom vraagt het platform om ook omwille van veiligheid en voldoende fietsalternatief geen volle verharding toe te passen.  
GEEN DEGRADATIE MAAR OPWAARDERING…  
De bovenloop van de IJzer is niet alleen een belangrijke groen-blauwe recreatieve as. Ook de natuur-en landschapswaarden zijn een belangrijke drager van de kwaliteitsbeleving ervan. Fauna en flora vinden er de ruimte om zich te ontplooien. Het aanliggend natuurgebied van De Gatebeek en het beheer met schapen en sociale tewerkstelling versterken het ecologisch belang van deze groene corridor. Het jaagpad is dan ook een ideale locatie om op trage wijze natuur te beleven. Bovendien blijft - op 150 meter na - het jaagpad volledig toegankelijk bij de regelmatig voorkomende winterse overstromingen. Het is op Vlaams niveau dan ook uniek om dit natuurfenomeen te kunnen aanschouwen door kilometers lang (bijna) droog en dwars door het water te kunnen stappen. 
AARDE AAN DE DIJK! vraagt daarom om ook omwille van natuurbehoud- en -beleving het verhardingsoppervlak te beperken en te kiezen voor halfverharde materie, alsook voor een zeer beperkt gedeelte aanpassingen te voorzien om de toegankelijkheid bij overstroming te garanderen en zo nodig hiervoor de watertoetscompensatie te voorzien. 
Het staat immers als een paal boven water dat beton geen aarde aan de dijk brengt! 
De platformorganisaties vragen dus een aanpassing van de aanpassing en om vooral te kiezen voor een alternatieve ‘zachtere’ verharding. 
 
 

Kaasjeskruiddikkopje

Het kaasjeskruiddikkopje was een zeldzame verschijning in Vlaanderen, maar de ietwat onopvallende vlinder is aan een ware opmars bezig! Steeds vaker wordt het vlindertje in tuinen waargenomen, tot in onze regio.

Hoe kan je het kaasjeskruiddikkopje herkennen? De voorvleugellengte van het kaasjeskruiddikkopje is ongeveer 14 mm. Het kaasjeskruiddikkopje heeft een onopvallende, bruine kleur, met verschillende donkere en lichtere velden. De achterrand van de achtervleugel lijkt een gekartelde rand te hebben. Kaasjeskruiddikkopjes hebben ongeveerde antennes, met een gehaakt sprietknopje. De onderkant van de achtervleugel is groenachtig wit, met witte vlekken. Het bruin dikkopje is een gelijkende soort maar heeft een minder grove tekening op de bovenkant van de vleugels.

Wat eet het kaasjeskruiddikkopje? De vlinder doet zich tegoed aan de nectar van verschillende planten.

Wat eet de rups van het kaasjeskruiddikkopje? De rups van het kaasjeskruiddikkopje vind je vooral op verschillende soorten kaasjeskruid en heemst terug.

Waar leeft het kaasjeskruiddikkopje? Tot de jaren 50 was de soort een zeldzame verschijning in Vlaanderen en Nederland. Sinds 2009 is de soort hier aan een stevige opmars bezig. Voor het eerst werd dan de voortplanting van de vlinder waargenomen in Vlaams-Brabant. Nu is de vlinder vrij regelmatig te zien in alle regio’s (tot diep in West-Vlaanderen) en ook in de voortplanting doet het kaasjeskruiddikkopje het goed. 

Hoe plant het kaasjeskruiddikkopje zich voort? De vlinder brengt hier twee, in sommige gevallen drie, generaties voort. De eerste generatie vliegt vanaf eind mei en plant zich bijna onmiddellijk voort. De tweede generatie vliegt in de zomer en plant zich ook nog eens voort. Het kaasjeskruiddikkopje overwintert als rups in de strooisellaag, pas in het voorjaar vindt de verpopping plaats.

Bron: Natuurpunt foto: Guido Quaghebeur

Grauwe kiekendieven in Vleteren

Bijzonder broedgeval van twee koppels grauwe kiekendief (Circus pygargus)

De grauwe kiekendief is een roofvogel uit de familie van de havikachtigen (Accipitridae). Het is een erg zeldzame broedvogel geworden in België, slechts 5 broedgevallen in België sinds 2000. Als doortrekkend wordt hij iets vaker gezien.

Broedgeval in Vleteren:

Een koppeltje grauwe kiekendieven werd opgemerkt op 5 mei 2020 nabij de abdij St.Sixtus Vleteren, baltsend boven grasland. Op 8 mei is dan een tweede koppel waargenomen. Na vele dagen en uren observatie kon men de nestlocaties vastleggen. Net voor het maaien van het grasland, kon men de nestbescherming aanbrengen, en vaststellen dat er reeds enkele jonge vogels in één nest aanwezig waren. Op 8 juli is men de jonge vogels kunnen ringen een nest met vier jongen andere nest twee jongen. Zo rond 21 juli is het uitvliegen begonnen.

Dit is bijzonder nieuws voor onze regio, en hopelijk komen de vogels volgend jaar terug?

De grauwe kiekendief jaagt voornamelijk in open landschappen. Hier vindt hij kleine zoogdieren zoals muizen, en zangvogels, die vaak over grote afstanden naar het nest worden gedragen. Ook eet hij insecten, amfibieën en reptielen.

Waar leeft de grauwe kiekendief?

De grauwe kiekendief is een trekvogel. Als broedvogel komt hij in bijna geheel Europa voor maar overal zien we een achteruitgang van de soort. De grauwe kiekendief overwintert in Afrika. Oorspronkelijk vertoefde de vogel het liefst in veen- en riviergebieden en heide. Maar deze biotoop wordt meer en meer bedreigd. Hierdoor broedt de grauwe kiekendief nu in akker- en weilanden, maar de intensieve landbouw maakt dit niet zonder gevaar.

Hoe plant de grauwe kiekendief zich voort?

De balts van de grauwe kiekendief is erg opvallend; het mannetje geeft in de vlucht op acrobatische wijze prooien aan het vrouwtje. De grauwe kiekendief maakt zijn grondnest in graanakkers, weilanden of uitzonderlijk zelfs in rietvelden. Hierdoor zijn het nest en de jongen erg kwetsbaar. Ze kunnen het slachtoffer worden van landbouwmachines of roofdieren. De grauwe kiekendief broedt van begin mei tot eind juni. Het vrouwtje legt 3 tot 5 eieren, die na 27 tot 40 dagen uitkomen. Na 35 tot 40 dagen vliegen de jongen uit.

Hoe krijg je de grauwe kiekendief te zien?

Jaarlijks zijn er maximaal enkele broedparen in Vlaanderen. En ook de doortrekkende vogels zijn nog moeilijk waar te nemen. De grauwe kiekendief kreeg de status ‘ernstig bedreigd’ toegekend. Ten tijde van kleinschalige landbouw, vóór 1950, kwam de grauwe kiekendief veel vaker voor. Maar sindsdien is zijn leefgebied hier enorm afgenomen.

Weetjes over de grauwe kiekendief

De grauwe kiekendief is de kleinste in Europa broedende kiekendief.

De grauwe kiekendief is slanker dan de blauwe kiekendief en heeft 4 gevingerde pennen in plaats van 5.

foto: Johan Seys

© Guido Quaghebeur (NP)
Komstraat 89 8970 Poperinge | 057 33 79 78 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Powered by LMD