Pad

Algemene kenmerken:

Een kikkerachtig voorkomen maar plomper, zwaarder gebouwd en gedrongen lichaam.

De mannetjes meten 5 tot 7 cm en de vrouwtjes worden nog iets groter, tot 12 cm.

De rug is beige, lichtbruin, grijsbruin of roodbruin gekleurd. De buik is witachtig met een grijze marmerkleur.

Het gehele lichaam is bedekt met wrat-achtige structuren, dit zijn de slijmklieren. De ogen zijn koperrood met een horizontale pupil. Achter het oog bevindt er zich een grote oorklier die schuin naar achter loopt.

Leefgebied:

Bewoont alle klimaten, landschappen en leefgebieden van Europa.

Schuilplaats: holtes, voegen in muren, tussen wortels van bomen, ... 

De overwinteringskwartieren liggen dieper in de grond: onder bladafval, composthopen....

Padden hebben een voortplantingsgebied, een zomerverblijf en een  overwinteringsgebied.

Voortplanting:

Plaats: de meeste geslachtsrijpe(na3j) dieren zoeken het zelfde water op, waar zij zelf hun embronale en larvale ontwikkeling hebben doorgemaakt. Maar ze zoeken zeker ook nieuwe, plantenrijke poelen op.

De gewone pad kent net als vrijwel alle kikkers en padden een uitwendige bevruchting en er is dus geen paring. Het mannetje klampt zijn voorpoten zeer stevig om de oksels van het vrouwtje waarbij de paarkussentjes op de voorpoten voor extra grip zorgen. Deze houding wordt '' de amplexus'' genoemd en hij blijft net zolang op haar zitten tot ze de eieren in het water afzet

Eileg: afhankelijk van het weer (vanaf 6°, vochtigheid) legt het vrouwtje de eitjes (= 3-5m lange dubbele eistrengen) in de poel. Als het vrouwtje haar rug omlaag kromt is het zover; de eitjes komen uit haar cloaca waarna het mannetje deze bevrucht met zijn sperma en haar spoedig na de eiafzet weer loslaat. De eieren worden in lange doorzichtige snoeren in het water afgezet en om de waterplanten gewikkeld.

Eitjes groeien uit tot pikzwarte larven( dikkopjes) en ondergaan verder verschillende metamorfoses tot volwassen pad. Kleine padden verlaten de poel begin juni.

Voedsel- vijanden:

Vooral kevers en ook spinnen, vliegen,mieren, duizendpoten, soms wat plantenresten...

De pad staat op het menu van de reiger, buizerd, bosuil, egel, bunzing

Geluid:

Padden hebben geen kwaakblazen, enkel het mannetje heeft een paarroep : metaalachtige quaak, oink , oink

Inventarisatie: Tijdens de poeleninventarisatie 2000-2005 en jaarlijkse paddenoverzet stellen we vast dat de populatie stand houdt. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië komt de soort algemeen voor.

© Guido Quaghebeur (NP)
Komstraat 89 8970 Poperinge | 057 33 79 78 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Powered by LMD